VeilingLebrillo 20e eeuw. Wit- en groengeglazuurd of geëmailleerd aardewerk. Fajalauza - Granada. Haarscheurtjes en oude krammen.Bekijk kavels →

Gids

Houtsoorten in antieke meubels: eiken, noten, mahonie

Hout herkennen zonder expert te zijn: tekening, gewicht, kleur en geur. Het verband tussen houtsoorten en nationale tradities, en wat het hout vertelt over de herkomst van een meubel.

Antiga··11 min leestijd

Als we een antiek meubel bekijken, kijken we eerst naar het hout. Niet met loep of microscoop – dat komt later, als het nodig is. De eerste stap is eenvoudiger: kijken, voelen, ruiken. Meestal is dat genoeg voor een redelijk betrouwbare eerste determinatie. U hoeft geen houtdeskundige te zijn. U moet uw oog trainen en de algemene regels kennen.

Meubelhistoricus Adam Bowett laat in Woods in British Furniture Making 1400-1900 zien hoezeer het hout helpt om een meubel te dateren en te plaatsen. Hout misleidt zelden: het vertelt waar een stuk vandaan komt, wanneer het gemaakt is en vaak ook voor welke markt.

De vier zintuigen van de determinatie

Zien: de tekening

De tekening is de zichtbare structuur van het hout, ontstaan uit de jaarringen van de boom. Eiken heeft een open nerf met grote, met het blote oog zichtbare poriën en de kenmerkende "spiegels" (mergstralen) die op kwartiergezaagd hout als zilverachtige vlekken verschijnen. Notenhout heeft een fijnere, dichtere nerf en, bij wortelfineer, de golvende tekening die de Fransen "ronce de noyer" noemen. Mahonie heeft een fijne, gelijkmatige nerf, vaak met een iriserende glans.

Voelen: het gewicht

Het relatieve gewicht van het hout is een verrassend bruikbare aanwijzing. Europees eiken is zwaar en dicht. Notenhout is lichter dan u verwacht. Mahonie loopt sterk uiteen: Cubaanse mahonie (Swietenia mahagoni) is dicht en zwaar; Honduras-mahonie (Swietenia macrophylla) is lichter en poreuzer. Grenen is altijd lichter dan edele houtsoorten, en iepen zit er qua gewicht tussenin, met een kenmerkende vezelige structuur.

Zien: de kleur

Met het patina van eeuwen worden alle houtsoorten donkerder, maar de grondtoon blijft herkenbaar. Eiken veroudert naar goudbruin of zilvergrijs. Notenhout wordt diep chocoladebruin. Mahonie loopt van oranjerood tot donker roodbruin. Kersen en ander vruchtenhout krijgen een warme amberkleur. En ebben is natuurlijk bijna zwart.

Ruiken: de geur

Het klinkt vreemd, maar het helpt. Open een la die lang dicht heeft gezeten en ruik aan de binnenkant, waar het hout onbehandeld is: elke houtsoort behoudt iets van haar geur. Eiken ruikt zurig, naar looizuur. Ceder en kamfer zijn onmiskenbaar. Notenhout ruikt zacht en zoet. Een waarschuwing: schuur of schraap nooit aan een antiek meubel om het te controleren; elke nieuwe beschadiging kost waarde.

De algemene regels: hout en geografie

Het is een vereenvoudiging, maar als eerste benadering werkt het:

  • Eiken = Engeland, de Nederlanden en Noord-Europa. Eiken is het standaardhout van de Engelse traditie (Tudor, Jacobean, Arts and Crafts) en van Vlaamse en Hollandse meubels. In Spanje komt het vooral in het noorden voor (Galicië, Asturië, Baskenland).
  • Noten = Spanje, Frankrijk en Italië. Notenhout is het edele hout van het Castiliaanse meubel (bargueños, tafels, monnikenstoelen), het grote Franse hout tot mahonie in de tweede helft van de achttiende eeuw terrein wint, en het dominante hout van het Italiaanse meubel van de renaissance tot de negentiende eeuw. Ook Engeland kende een "notenhouttijdperk", ruwweg tussen 1660 en 1730.
  • Mahonie = Georgian Engeland en de koloniën. Mahonie kwam in de eerste decennia van de achttiende eeuw uit het Caribisch gebied naar Europa en veranderde het Engelse meubel ingrijpend. Chippendale, Hepplewhite en Sheraton werkten vrijwel uitsluitend in mahonie.
  • Grenen = Scandinavië, landelijke meubels en blindhout in heel Europa. De binnenconstructie van veel "edele" meubels is van grenen.
  • Kersen en vruchtenhout = landelijk Frankrijk, Centraal-Europese biedermeier, provinciale meubels.
Een notenhouten meubel met laden van populier en Franse verbindingstechniek: waarschijnlijk Frans. Een notenhouten meubel met een binnenwerk van grenen en smeedijzeren beslag: denk aan Spanje. Een eiken meubel met ladebodems van eiken of grenen en een stevige constructie: mogelijk Engels. Het hout is de eerste aanwijzing, nooit de enige.

Exotische houtsoorten en wat ze onthullen

Exotische houtsoorten vertellen over wereldhandel. Palissander verschijnt in Europese meubels uit de achttiende en negentiende eeuw, ingevoerd uit Brazilië en India. Ebbenhout uit Afrika en Azië werd gebruikt voor luxe fineer en voor de beroemde marqueterie van André-Charles Boulle. Teak wijst op een band met Zuidoost-Azië of met de scheepsbouw. Satijnhout was de favoriet van Engelse meubelmakers aan het eind van de achttiende eeuw.

Exotische houtsoorten wijzen meestal op een meubel van enige stand: ze waren duur, kwamen van ver en werden gebruikt voor stukken voor welgestelde klanten. Een palissanderfineer op een negentiende-eeuws meubel vertelt u dat het om een kwaliteitsopdracht gaat, niet om serieproductie.

Blindhout: de aanwijzing die velen over het hoofd zien

Het verborgen hout is even belangrijk als het zichtbare. Ladebodems, achterwanden, binnenframes – allemaal van "blindhout" dat cruciale aanwijzingen over de herkomst geeft:

  • Eiken als blindhout = waarschijnlijk een Engels of Noord-Frans meubel.
  • Populier of linde als blindhout = waarschijnlijk een Frans meubel.
  • Weymouthden (white pine) als blindhout = mogelijk een Amerikaans koloniaal meubel.
  • Kastanje als blindhout = gebruikelijk in Italiaanse en Zuid-Franse meubels.
  • Grove den als blindhout = Centraal-Europees, Scandinavisch of Spaans meubel.

Het zijn tendensen, geen vaste regels, maar meubelspecialisten en veilinghuizen kijken altijd naar het blindhout om een herkomst te bevestigen of uit te sluiten.

Veelgemaakte determinatiefouten

  • Iepen verwarren met eiken: iepen heeft een wildere, verstrengelde nerf zonder de spiegels van eiken.
  • Kastanje verwarren met eiken: ze lijken op elkaar, maar kastanje is lichter en heeft geen spiegels.
  • Elk roodachtig hout "mahonie" noemen: veel tropische houtsoorten lijken op mahonie zonder het te zijn (sapeli, utile, sipo).
  • Aannemen dat "donker hout = oud": kunstmatig beitsen is sinds de negentiende eeuw gangbaar.
  • Fineer negeren: een meubel kan eruitzien als notenhout en toch van grenen met notenfineer zijn – dat maakt het niet minder, alleen anders.

Een praktisch hulpmiddel

Wie houtsoorten in de praktijk wil leren herkennen, bezoekt het best een goede handel in edel hout en neemt echte monsters in de hand. Het handboek Identifying Wood van R. Bruce Hoadley legt stap voor stap uit hoe u een oppervlak met de loep leest. En The Wood Database (wood-database.com) heeft fiches van honderden soorten met foto’s van nerf, zaagsnede en kleur.

Na verloop van tijd wordt determineren bijna instinctief. Maar altijd, altijd bij twijfel: raadpleeg een vakman voordat u een belangrijke aankoop doet op basis van alleen uw eigen houtdeterminatie.

Literatuur

  • Bowett, A. (2002). English Furniture 1660-1714: From Charles II to Queen Anne. Antique Collectors' Club.
  • Bowett, A. (2012). Woods in British Furniture Making 1400-1900. Wetherby: Oblong Creative.
  • Hoadley, R.B. (1990). Identifying Wood: Accurate Results with Simple Tools. Taunton Press.
  • Meier, E. The Wood Database. wood-database.com.
  • Hoadley, R.B. (2000). Understanding Wood: A Craftsman's Guide to Wood Technology. Taunton Press.

Meubels in elke houtsoort

Onze catalogus bevat stukken in eiken, noten, mahonie en meer, met uitgebreide materiaalbeschrijvingen.

Bekijk de catalogus →

Laat me nieuwe stukken weten

Eén keer per week de stukken die handelaars net hebben geplaatst. Afmelden met één klik.

Privacy